Verschillende
wedstrijd vormen
Bij het biljart kun je drie verschillende wedstrijd vormen onderscheiden. Namelijk
'Libre','Kaderstoten' & 'Driebanden'. In de volgende kopjes zullen de verschillende
vormen worden uitgelegd. Bij de KNBB kunnen alleen deze drie vormen in wedstrijd
verband worden gespeelt, nu zijn er ook in deze drie vormen weer een aantal
kleine opsplitsingen. Daar zal ik dieper op ingaan in de uitleg van iedere wedstrijd
vorm.
Terug naar het begin
Libre of vrij spel
Zoals de naam het eigenlijk al zegt kent deze spelsoort weinig extra spelregels.
Dat wil zeggen dat de carambole op bijna alle manieren gemaakt mag worden, mits
natuurlijk de voldaan word aan de normale spelregels. De enige beperking voor
Libre is de verboden zone, die in iedere hoek is aangebracht. De verboden zones
zijn terug te vinden in de uitleg van de de biljarttafel. Liggen de twee te
spelen ballen (dus niet de eigen speelbal) in zo'n driehoek genaamd de verboden
zone, dan mag de speler daar maar èèn carambole maken waarbij
de beide ballen binnen het driehoekje blijven liggen. Blijven de beide ballen
na de tweede carambole liggen in het driehoekje dan is de carambole ongeldig.
Op veel cafébiljarts waar de spelers gewoon voor het plezier spelen ontbreken
meestal deze verboden zones, en zijn er dus 'geen' beperkingen meer om een carambole
te maken.
Kaderstoten
Het kaderstoten verdeelt het biljart door witte lijnen in 6 of 9 vakken, kadervakken.
Wat bij Libre werd vertelt over de driehoekjes 'verboden zone' geldt hier voor
ieder vak. Liggen de beide te spelen ballen in het zelfde vak dan moet bij de
tweede carambole in ieder geval èèn bal uit het vak worden gestoten.
Deze vorm wordt tweestootskader genoemd, dit wordt aangegeven met ../2. Dat
wil zeggen op een klein biljart met de afmetingen 2.30 x 1.15 M waar negen vakken
op worden aangebracht, dan liggen de lijnen op een afstand van 38.3 cm van de
band af. Dit kaderspel wordt
'kader 38/2' genoemd. Indien men 6 vakken
aanbrengt dan worden de lijnen op 57.2 cm van de band getekent, deze vorm noemt
men
'kader 57/2'.
Voor de betere kaderspeler worden er ankers aangebracht op het einde van de
lijnen tegen de banden aan. Deze ankers zijn vierkanten van 17.8 cm waar de
zelfde regels gelden als in de kadervakken. Er mag maar één carambole
worden gemaakt, bij de tweede moet één van de ballen het anker
en vaak ook het kadervak hebben verlaten.
Voor een groot biljart is het principe gelijk maar is de afstand van de lijnen
anders, namelijk de lijnen worden of 47,3 cm van de band getekent of 71 cm.
Tevens zijn de ankers standaard op een groot biljart. Dus de spelsoorten voor
het grootte biljart zijn
'anker-kader 47/2' of
'anker-kader 71/2'.
En als laatste kadervorm is er voor het groot biljart
'anker-kader 47/1',
hierbij moet de speler al bij de eerste carambole er voor zorgen dat er één
bal uit het kadervak, het ankervak of beide moet komen. Let wel dat de beide
ballen zich dan wel in het zelfde vak moeten bevinden.
Terug naar het begin
Driebanden
Driebanden biljart is de moeilijkste van de drie soorten. De speler moet dan
ook drie banden hebben geraakt alvorens de derde bal wordt geraakt. Daarbij
maakt het geen verschil in wat voor een volgorde de banden en de tweede bal
wordt geraakt. Dus er mag bijvoorbeeld eerste twee banden worden geraakt dan
de tweede bal dan weer een band en dan de derde bal.
De 'variant' hiervan is
bandstoten, hierbij hoeft er maar één
band te worden geraakt alvorens de derde bal wordt geraakt.
Kunststoten
Kunststoten of biljart artistiek is een zeer technisch spel. Het spel wordt
gespeeld met speciale ivoren ballen. Deze ballen zijn van de KNBB, deze heeft
hier special "ontheffing" voor. Het spel bestaat uit 68 standaard figuren, ieder
figuur heeft een aantal punten naar de moeilijkheid van het figuur. Indien de
speler het figuur in 1 poging maakt dan krijgt de speler alle punten, indien
er meer pogingen nodig zijn dan worden er minder punten gegeven. De speler met
de meeste punten wint. In deze spelsoort zijn ook Europese- en Wereldkampioenschappen.
Penthalon
Dit is discipline die nu niet meer veel word gespeeld, maar een aantal jaar
geleden waren hier ook nog jaarlijkse kampioenschappen in te vinden. Zoals de
naam al zegt (penta = vijf in het grieks) gaat dit spelletje orgineel over vijf
categorieën. Het is de bedoeling dat de speler voor hij de stoot maakt
zegt hoe de bal gaat lopen, en dus in welke categrie deze valt. De vijf categorieën
zijn: 0, 1, 2, 3 & losse banders. De moeilijkheid in dit spel is hoe je de wedstrijd
opbouwd. Het is niet makkelijk om een nul bander over te houden op het eind,
want dit stoot beeld komt niet zo vaak voor.
Voor aanvang van de wedstrijd spreek je af hoeveel punten er in iedere categorie
gemaakt moeten worden.
Overige spelsoorten
Naast de hiervoor besproken wedstrijdvormen, zijn er nog meer spelvormen. Sommige voor de verbetering van de techniek van de biljartspeler, en sommige puur voor het amusement. Hierbij kan veel variatie voorkomen, waar in de
wedstrijdspelen altijd werd gespeeld met drie ballen, komen er hier spelen voor waar één, twee, drie, vier of zes bal(len) worden gebruikt.
Terug naar het begin
Tien over rood
Voor dat de wedstrijd aanvangt word afgesproken hoeveel caramboles er gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld 10 of 15.
Iedere speler speelt met dezelfde speelbal en probeert om rood als tweede bal te raken en daarna de derde. Indien een speler het afgesproken aantal caramboles heeft gemaakt, valt hij af, totdat er één speler
overblijft die heeft verloren. Hierbij kan ook de afspraak worden gemaakt dat indien alle ballen worden gemist (dus de rode en de tweede witte bal), er weer op 0 wordt begonnen voor de desbetreffende speler. Om te voorkomen
dat een spel eindeloos doorgaat, kan men de afspraak maken dat men bij het bereiken van een bepaald aantal caramboles "vast staat", dus dat de speler niet weer op nul komt.
Een veel voorkomende vorm van dit spel, is een spel waar de spelers tien caramboles moeten maken. Hierbij is afgesproken dat men bij acht "vast staat", en dat de laatste carambole over driebanden moet of via een losse band
(let wel, deze moet ook via rood worden gespeeld). Boven de acht geldt de regel niet meer dat men terug valt, dus als men voor het tiende punt alles mist dan staat de speler nog steeds op negen.
Ook kan men als variant het spel spelen door de gemaakte caramboles door te tellen. Dat wil zeggen, dat diegene die de tiende carambole maakt stapt uit en het spel begint weer met 0. Degene die overblijft is verliezer.
Zoals u ziet zijn hier veel verschillende variaties in te bedenken.
Terug naar het begin
Annonceetje
Bij het volgende spel wordt vooraf afgesproken hoeveel caramboles op welke wijze gemaakt moeten worden. Om een voorbeeld te geven: 10 caramboles zonder beperking, 5 over één band, 5 over twee banden, 5 over
drie banden en 5 'losse' banders. Hierin kan natuurlijk naar wens afspraken over worden gemaakt. De moeilijkheid van dit spel is niet om de afgesproken caramboles te maken, maar het feit dat vooraf bekend moet worden gemaakt
hoe de bal gespeelt zal worden (over één, twee, ... band). Zegt een speler een speler dat hij de carambole over twee banden zal spelen, dus dat er twee banden zijn geraakt voordat de laatste de derde bal geraakt wordt,
en de bal raakt drie banden. Dan telt de carambole niet, ook niet als de speler nog een aantal drieband caramboles moet maken.
Net als bij tien over rood geldt ook hier dat als een speler zijn caramboles heeft gemaakt, hij afvalt. Dan speelt de rest verder totdat er één speler overblijft, de verliezer.
Terug naar het begin
Kistje biljart of een telefoonboek
Bij het kistje biljarten speelt men met twee ballen, een witte (de speelbal) en een rode. De speler probeert met de witte bal de rode te raken, meer niet. De moeilijkheid hier is dat er op het midden van het biljart een kistje staat
met aan iedere zijde een opening waar doorheen gespeelt kan worden. Heeft men de rode bal geraakt dan is de volgende speler aan de beurt om de rode bal te raken. Mist de speler dan krijgt hij een strafpunt, na het behalen van een vooraf afgesproken
aantal strafpunten is men verliezer. Krijgt een speler het voor elkaar beide ballen binnen het kistje te krijgen dan wordt een strafpunt weg gescholden.
Bij het gebruik van een telefoonboek telt het verhaal van de gaten natuurlijk niet.
Spel met vier ballen
Het volgende spel word met vier ballen gespeeld, te weten 2 witte, 1 rode en 1 blauwe bal. De ballen dienen op de volgende wijze te worden opgezet:
de witte speelbal (met pit) hoort op de benedenacquit;
de andere witte bal op de middenacquit.
de rode bal en de blauwe bal naast de bovenacquit;
Het aantal deelnemers is eigenlijk onbeperkt. De lengte van de partij is normaal 100 punten, maar daar kan naar keuze van worden afgeweken. Iedere speler heeft dezelfde witte speelbal (met pit).
De telling van de caramboles:
speelbal (altijd met pit) op wit en rood of blauw geeft een punt;
speelbal op rood en blauw geeft acht punten;
speelbal op alle drie ballen geeft twintig punten.
Indien een speler precies de 100 punten heeft bereikt, stapt hij uit de wedstrijd.
De rest speelt dan verder, maar begint dan bij 79 (om het spel niet te lang te laten duren)
De moeilijkheid van dit spel is dat men precies op 100 moet uitkomen.
Komt een speler boven de 100 dan is hij direct verliezer, anders is het degene die overblijft.
Terug naar het begin
Spel met zes ballen
Dit spel word gespeelt met ZES ballen. Welke op de volgende wijze op de tafel komen: de speelbal komt op de benedenacquit en een van de andere ballen op de bovenacquit, daarna worden de andere vier op ongeveer de baldikte van elkaar af neer gelegt
onder de eerste. Nu is het de bedoeling om met de speelbal twee ballen te raken, net zolang tot hij mist. Dan mag de volgende speler. Indien er meer dan twee ballen worden geraakt dan telt dit nog steeds voor één punt.
Het kurkspel (met dobbelstenen)
Iedere speler speelt met dezelfde bal. Op het middenacquit wordt de kurk geplaatst met drie dobbelstenen er bovenop.
De rode bal moet altijd eerst worden geraakt. Indien rood wordt gemist dan gaan de eventueel behaalde punten naar de tegenpartij(en).
Nadat men de rode bal heeft geraakt heeft men de keuze om of de andere witte bal te raken of de kurk omver te spelen. Indien dit lukt mag men door blijven spelen. Wordt echter de kurk om geworpen door een andere bal dan de speelbal,
dan zijn de behaalde punten voor de tegenpartij(en). Als de speler alleen de rode bal raakt en verder niets, dan is de beurt voorbij de punten kunnen dan bij worden geschreven. De omgevallen kurk wordt indien mogelijk weer recht op gezet op de
plaats waar zij is omgevallen, lukt dit niet omdat bijvoorbeeld de kurk onder de band ligt of zelfs van het biljart af is, dan begint de kurk weer op het middenacquit.
De puntentelling:
Als de rode en de witte bal zijn geraakt dan telt dit voor 20 punten. Wanneer de kurk wordt omgeworpen dan tellen de punten van de dobbelstenen, waarbij geldt dat de 1 telt voor 100 en de 6 voor 60 punten, de rest behoudt zijn eigen waarde.
Degene die als eerst 1000 punten heeft gehaald, is winnaar. Deze regel is natuurlijk ook zo om te buigen dat men door speelt tot dat er een verliezer is.
Indien een speler de 1000 punten heeft volgemaakt dat moet de speler de rode bal nog één keer raken, als dit niet lukt of er worden meer punten gehaalt dan gaan alle punten van die beurt naar de tegenstander(s).
Komt een speler boven de 1000 punten door verkregen strafpunten dan hoeft hij niet meer de rode bal te raken.
De strafmaatregelen:
Als een speler niets raakt, gaan 20 punten naar de tegenpartij(en). Wordt de kurk met de rode of de witte bal omver geworpen, dan gaan alle punten van die beurt (inclusief het opgebouwde puntentotaal) naar de tegenpartij(en). Wordt door de speler de kurk om ver
geworpen voordat rood is geraakt, dan gaan weer de punten naar tegenpartij(en). Raakt de speelbal eerst de witte bal voordat rood is geraakt dan gaan 20 punten naar de anderen. Worden de dobbelstenen of kurk van het speelvlak af gestoten, dan gaan de
punten van de beurt naar de tegenpartij(en).
Terug naar het begin
Vlotbrug cq. Barakken
Dit is een biljartspel waarbij maar één bal mee speelt. Een schuin oplopend plankje met gaten erin wordt in een hoek van het biljart gelegd. Ieder gat vertegenwoordigt een aantal punten. De speelbal komt bij de korte band te liggen waar het
plankje niet ligt. Nu speelt men eerst de andere korte band, zodat de bal terug komt op de eerste korte band waarna de bal op weg gaat naar het plankje. Als te zacht wordt gestoten dan komt de bal niet bij het plankje, stoot men te hard dan rolt de bal er
even hard weer af. Als de bal in een gat terecht komt dan levert dit punten op. Van te voren moet men afspraken maken, wanneer er een winnaar is, is dit na een aantal beurten degene met de meeste punten of is dit degene die als eerst een aantal punten heeft behaalt?
In het zuiden van het land word dit spel barakken genoemd.
Zijn er misschien nog meer biljartspelen, geef het dan even door !!!